Weerstand tegen plantaardige voeding?

Er is veel weerstand tegen een verandering in productie en consumptie van dierlijke en plantaardige voeding. Met name tegen het minder eten van vlees, vis en zuivel. Waarom eigenlijk? En wie gaat de verandering leiden en uitleggen dat het noodzakelijk is? Of gaan we het zelf doen?

Klinkt dit interessant? Lees dan door – het is een lang verhaal geworden, maar als ik het goed geschreven heb dan zal het je leven en ‘lifestyle’ voor altijd veranderen.

Het openstaan voor en het managen van persoonlijke ‘lifestyle’ veranderingen stonden centraal in mijn blogs tot nog toe; de eerste (verandering insulinetherapie) van bovenaf (top-down) ingegeven en de laatste (verandering dieet) van onderaf (bottom-up). Als vervolg beschrijf ik hier hoe men, volgens mij tegen een verandering van ‘lifestyle’ aankijkt. Een andere levenswijze als het gaat om de productie en consumptie van dieren en planten, resulterend in een ‘lifestyle’ met minder dierlijke en meer plantaardige voeding: voel je beter als planteneter.

Ik gebruik hiervoor natuurlijk mijn persoonlijke ervaring zoals beschreven in blog 5, mijn ‘change-management-ervaring’ uit het bedrijfsleven, en bovenal GBV! GBV is een niet-officiële afkorting, een soort van knipoog naar het bedrijfsleven waarin allerlei jargon-termen en afkortingen gebruikt worden die interessant klinken. GBV werd mij geïntroduceerd door Herman Pieterse, die GCP-expert is (Good Clinical Practice): “GCP is niets anders dan GBV gebruiken, je Gezond-Boeren-Verstand”. GBV zou je eigenlijk altijd moeten gebruiken.

Change management

Hierover is veel te lezen, in boeken en op het web. Dat is niet zo gek, want bedrijven zijn continu bezig met veranderingen of reorganisaties, zeker als ze zich op een competitieve markt proberen te handhaven. Een heel eenvoudig voorbeeld ter illustratie: een leider, een CEO (daar gaan we al met de afkortingen, Chief Executive Officer, de baas eigenlijk) wil iets veranderen binnen het bedrijf en communiceert een goed en overtuigend verhaal, bijvoorbeeld volgens het kijk-want-dus principe: kijk, de klanten en onze aandeelhouders zijn ontevreden, want we maken te veel kosten om onze producten concurrerend op de markt te krijgen, dus gaan we anders, efficiënter werken.

Zelfs de meest succesvolle veranderingen hebben in eerste instantie in meer of mindere mate weerstand opgeroepen – ELKE verandering roept ALTIJD (enige vorm van) weerstand op. Bij de voorbereiding op een verandering is het ontzettend belangrijk mogelijke weerstand te onderkennen en plannen te ontwikkelen hoe hiermee om te gaan. Op het web kun je aardig wat over weerstand tegen veranderingen vinden. In de blog van Torsen Rick bijvoorbeeld kon ik me vinden in zijn opsomming van de typische/meest voorkomende redenen voor weerstand tegen verandering.

Ik ben tegen de verandering want:

  1. Ik begrijp de reden/noodzaak voor de verandering niet
  2. Ik ben bang voor de onbekende gevolgen van de verandering
  3. Ik weet niet of ik wel mee kan doen aan deze verandering – ben ik geschikt?
  4. Ik blijf graag doen hoe we het altijd deden
  5. Ik geloof niet dat de verandering goed gemanaged kan worden
  6. Ik ben bang dat ook deze verandering een hype is
  7. Mij is nooit gevraagd wat ik ervan vind
  8. Ik ben niet geïnformeerd – Slechte communicatie
  9. Ik wil mijn routine niet doorbreken: ik doe het altijd al zo
  10. Ik ben wel klaar met alle veranderingen
  11. Ik word er niet beter van, anderen wel
  12. Ik weet niet wat het me gaat opleveren

Omdat ik het zo belangrijk vind, nog een keer: bij ELKE verandering moet je ALTIJD begrip tonen voor de weerstand die (groepen) mensen in welke mate dan ook ALTIJD kort- of langdurig zullen hebben.

Met wat voor weerstand moet je rekening houden bij een drastische verandering in de productie en consumptie van dieren en planten om uiteindelijk te resulteren in minder dierlijke en meer plantaardige voeding?

1) De reden voor de verandering is onduidelijk:

Zoals ik in de persoonlijke blogs 4 en 5 heb vermeld, zijn mij de redenen duidelijk geworden waarom we minder dierlijk en meer plantaardig zouden moeten gaan produceren en consumeren – en vóór mij waren er al veel anderen die het begrepen. Toch is het percentueel waarschijnlijk maar zo’n 1% van de wereldbevolking die voornamelijk plantaardig en/of veganistisch eet.

Ikzelf heb de redenen pas na 50 jaar ‘gezien’, en als je eenmaal openstaat voor de verandering dan vind je opeens overal informatie en ‘heb je door’ wat de intensieve veeteelt doet met het welzijn van dieren, doet met het milieu, en hoe goed plantaardige producten zijn voor je gezondheid in tegenstelling tot wat vlees, vis en zuivel in je lichaam doen. Onderaan de blog, onder ‘verder lezen’ heb ik een wat uitgebreidere lijst met redenen (en wat links naar websites) geplaatst. Het heeft pas zin alles te willen lezen als je ervoor openstaat, of zoals de (voetbal) grootmeester Johan Cruijff zei: “je gaat het pas zien als je het door hebt!” En ik voeg daaraan toe, als je het eenmaal doorhebt wil je zien dat het stopt of in ieder geval beter wordt:

  • minder dierenleed – we slachten in Nederland alleen al meer dan 500 miljoen dieren per jaar voor consumptie, dat is 1,5 miljoen per dag!!;
  • herstel van de aarde – veeteelt is een van de grootste veroorzakers van broeikasgassen, ontbossing en de vernietiging van de oceanen;
  • een langer gezond leven – plantaardige producten bevatten alle nutriënten die je lichaam nodig heeft, zonder de schadelijke effecten die dierlijke producten kunnen hebben (hart-en-vaatziekten, obesitas, kanker, …).

Kip Andersen heeft met zijn What The Health-documentaire mij met het gezondheidseffect wakker geschud waardoor ik ook de twee andere redenen ben gaan inzien. Presentatie is kennelijk heel belangrijk. Wie kan Nederland, wie kan de wereld wakker schudden? Hoe moet de noodzaak tot deze verandering worden gepresenteerd? Iemand met een provocerende aanpak? Ik vraag me af of men bewuster over deze verandering zou gaan nadenken als iemand met de persoonlijkheid van bijvoorbeeld Geert Wilders hierover zou debatteren. Door te provoceren weet hij gevoelige thema’s op de agenda te zetten. Gaan meer mensen de reden tot verandering dan wel inzien?

Het zou zo kunnen klinken (met knipoog, vanzelfsprekend):

Geachte mevrouw de voorzitter, het lijkt erop dat we in dit land hartstikke gek geworden zijn, ja knettergek. We hebben meer varkens in Nederland, in Brabant wel te verstaan, dan er hardwerkende Nederlanders zijn. Deze arme, lieve en intelligente vierpoters worden opgehokt in stallen waar ze amper de kont kunnen keren, om vervolgens gruwelijk afgeslacht te worden. En waarvoor, mevrouw de voorzitter? Voor dood vlees, dat in ons lichaam rot, met bacteriën die ons langzaam vergiftigen. Voor kiloknallers die naar landen als Italië worden geëxporteerd. Geachte mevrouw de voorzitter, hoe kan deze minister-president toestaan dat de onschuldige, hardwerkende Brabanders in de steek gelaten worden, ja letterlijk in de stank gelaten worden?

Of iemand met een hele andere persoonlijkheid, Barack Obama, inspirerend, naar analogie met de verkiezingsoverwinningstoespraak voor zijn huis in Chicago in 2008:

Hello, Chicago. If there is anyone out there who still doubts that America is a place where all things are possible, who still wonders if the dream of our founders is alive in our time, who still questions the importance of a healthy life, living peacefully among each other, preserving this beautiful earth, its life-providing forests and the animals that habituate it, then tonight is your answer. I think about the times that we were told that we can’t change the way we treat the earth, the oceans, the fish and our livestock; that we can’t change our health and dietary habits: Yes we can!

2) Angst voor de onbekende gevolgen van de verandering

Dit is naar mijn mening misschien wel de belangrijkste reden voor mensen om weerstand te bieden aan een aangekondigde verandering. En eerlijk gezegd zou ik ook bang zijn als top-down een wereldleider zou aankondigen dat we minder dieren gaan houden, landbouw uitsluitend voor eigen consumptie gaan gebruiken om zo allemaal meer plantaardig te gaan eten en minder dierlijk. Zeker als er geen gedetailleerd plan is voorbereid met alle mogelijke gevolgen tezamen met oplossingen. En de gevolgen gaan veel verder dan simpelweg het opsommen van de feiten dat

  • we allemaal gezonder worden,
  • we de wereld alsnog gaan redden, en
  • we minder dierenleed gaan veroorzaken.

Alleen al te denken aan de economische gevolgen bezorgt je zorgen en hoofdpijn. Je hoort activisten (zoals ook ‘mijn held’ Kip Andersen; WTH documentaire) vaak zeggen dat ze niet begrijpen dat de overheid niet ingrijpt, of dat de industrie (vlees, vis, zuivel), farmaceuten, artsen en patiëntenverenigingen samenzweren om te voorkomen dat hun producten of service een slechte, ongezonde naam krijgen, dat geldstromen opdrogen, enzovoort.

Ik vind dit en deze angst helemaal niet gek, en eigenlijk heel begrijpelijk. Het is nogal wat! Om maar een voorbeeld te geven: een gevolg kan zijn dat in Nederland de varkensstallen gesloten gaan worden. Dat alleen kleine boeren overblijven, met varkens die een varkenswaardig bestaan hebben, om in de kleine vleesbehoefte in Nederland te voorzien. Dan moeten er alternatieven voor dit exportproduct bedacht worden, voor de boeren die het betreft, voor de verpakkingsbedrijven, voor de transportsector, voor de schatkist, enz. En dit is maar een klein voorbeeldje in een relatief klein landje – bedenk maar wat dit op wereldschaal betekent! Zorgen en hoofdpijn. Vette hoofdpijn, toch?!

Dat een overheidsinstantie met adviezen kwam als ‘melk is goed voor elk’ was niet alleen goed bedoeld, maar was ook goed voor de economie; er was in de vijftiger jaren een melkoverschot en het rijk subsidieerde melk als ‘schoolmelk’ op lagere scholen. Ook dat de zuivelindustrie, om maar op dit voorbeeld voort te borduren, studies sponsort die de gezondheidseffecten van melk aantonen, vind ik niet gek – dat hoort bij marketing! Je gelooft in je product. Als iemand negatieve resultaten betreffende melk of vlees publiceert, dan zorg je ervoor dat je ook positieve resultaten kunt laten zien.

De lijst met mogelijke gevolgen is te groot om in een blog te vangen. Wel wil ik nog een laatste positief gevolg noemen. Het consumeren van meer plantaardige en minder dierlijke voeding zal tot gevolg hebben dat mensen langer gezond blijven leven. Ja, echt, ik ben ervan overtuigd! De twintig levensjaren die ik wellicht ben ‘kwijtgeraakt’ met de diagnose van diabetes type 1 op mijn 15e (zie mijn eerste blog) heb ik nu met mijn plantaardige dieet weer teruggekregen. Op naar de honderd! De behoefte aan cholesterolverlagende medicijnen, aan bloeddrukverlagers, stents, en ga zo maar door, zal aanzienlijk kleiner worden. En ik heb het niet alleen over dieet-gerelateerde ziekten (zoals obesitas, diabetes type 2, hart en vaatziekten), maar ook over die met een genetische achtergrond. Veel ziekten worden veroorzaakt door fouten in het erfelijk materiaal, DNA. Vaak zijn er ook zogenaamde epi-genetische componenten om uiteindelijk ‘zichtbaar’ te worden; epi-genetische componenten zijn bijvoorbeeld omgevingsfactoren, stress, dieet, … Ik weet dat mijn diabetes type 1 een erfelijke/genetische aanleg kent. Het is goed mogelijk dat, als een epi-genetische component, het eten van dierlijke voeding (met name zuivel wordt vaak genoemd in verband met auto-immuunziekten) betrokken was. Mijn immuunsysteem dusdanig heeft aangezet dat het ook antistoffen tegen mijn eigen insuline en/of insuline-producerende cellen is gaan maken. Hoe dan ook, als positief gevolg van het minder nodig zijn van medicijnen voor de nu veelvoorkomende ziekten, kunnen de farmaceuten zich meer gaan richten op andere, zeldzame (voornamelijk erfelijke) ziekten.

3) Kan ik wel meedoen aan deze verandering? Ben ik geschikt?;4) Verbondenheid aan hoe we het altijd deden; 9) Routine: Ik doe het altijd al zo

Vanzelfsprekend zit (bijna) iedereen in een of andere routine, ook voor wat betreft boodschappen doen, koken, eten en bewegen. Zonder begeleiding zullen veel mensen een overstap naar een ander dieet niet kunnen gaan maken. Er zijn landen waar er maar heel weinig gekookt wordt (Amerika bijvoorbeeld). Waar bijna dagelijks bewerkte, vaak dierlijke kant-en-klaar maaltijden op het menu staan. En, voor de duidelijkheid, het in de oven of magnetron zetten van een dergelijke maaltijd is geen koken. Niet volgens mijn woordenboek. Plantaardige gerechten zijn het lekkerst en gezondst als je ze zelf bereid. Niet iedereen zal zich dus geschikt voelen voor deze verandering.

Als ik als kind vroeg wat we ’s avonds gingen eten dan werd steevast eerst het vlees genoemd: “Karbonade!” En wat nog meer? “Aardappelen en bloemkool.” En toe? “Yoghurt met vruchtjes.” Bij de lunch drinken mijn ouders een glas melk, elke dag, en mijn grootouders, en hun ouders en grootouders, en zo verder. Dit is hoe we het altijd deden. Het is er letterlijk met de paplepel ingegoten; op school wordt melk nog steeds gesubsidieerd. Zoiets geef je niet zomaar op. Begrijpelijke weerstand dus!

For dinner? Me?

Het eten van vlees, vis en zuivel is traditie; dat traditie vaak los staat van GBV, gezond-boeren-verstand, wil ik aantonen met het voorbeeld dat in bepaalde Aziatische landen het vlees van honden, ons favoriete huisdier, op het menu staat. Iets wat ons het gezonde verstand te boven gaat, toch? Toch is ook dat traditie.

Als je blijft doen wat je altijd deed, blijf je krijgen wat je altijd kreeg.” Deze uitdrukking is van toepassing als je de weerstand tegen verandering van routine wilt weerleggen. Niet veranderen betekent dat we vooral dierlijke voeding blijven eten, dat we afhankelijk blijven van intensieve veeteelt, dat we het milieu blijven belasten, en dat we eigenlijk op koers blijven de aarde te vernietigen … Deze koers is best eng: met de stijgende welvaart in landen waar gek-genoeg veel plantaardig gegeten wordt, zal meer en meer een westers, dierlijk voedingspatroon aangenomen worden. Als alle Chinezen het dierlijke voedingspatroon van de Amerikanen zouden overnemen dan is de aarde te klein om al het vee te houden en om voldoende vee-voeder-granen te verbouwen.

5) Weinig vertrouwen dat de verandering goed gemanaged kan worden

Wie zou een dergelijke, grootschalige verandering kunnen gaan leiden? Iemand die boven de wereld staat? En het managen zou per land moeten gebeuren – door de desbetreffende president? Ik zag een kort interview van ‘health-and-environmental-activist’ Leonardo diCaprio met de toenmalige president Barack Obama over klimaatverandering ten gevolge van broeikasgassen; ik vond zijn optreden wel positief, maar weinig concreet. Obama zou het, nu hij geen president meer is, misschien kunnen of willen? Hij heeft het vertrouwen van heel veel mensen, ook buiten Amerika – hij is zeker ‘world-minded’ en minder van ‘America first’.

6) De verandering is een hype; 10) De zoveelste verandering

Ik vond twee aardige blogs over plantaardig eten en of het wel of geen hype is: vegamuze en foodrevolution. Het is belangrijk uit te leggen dat minder dierlijk eten geen hype is, niet tijdelijk is, maar een blijvende, duurzame oplossing. Dat het niet de zoveelste verandering is, zoals: “Eerst moest ik meer vis eten en nu minder” of “Eerst moest ik op mijn koolhydraten letten en nu op dierlijke eiwitten en vetten”. Uitleggen dus dat het de omega-3 vetzuren zijn waarom vis werd aanbevolen – die beveel ik ook nog steeds aan, maar dan van plantaardige bron. Ook het in het nieuwe, plantaardige dieet zul je op vetten moeten letten, doseren, ook al zijn het goede vetten: vet uit avocado en noten bijvoorbeeld, het blijft vet, dus hoogcalorisch: “don’t go nuts on the nuts!” zegt The Green Food Bible terecht.

Goedbedoelde campagnes zoals ‘een-dag-per-week-zonder-vlees’ lopen de kans als hype gezien te worden. Alle beetjes helpen. Maar het doet afbreuk aan de ernst en noodzaak van de verandering. Mensen die zich een tijdje aan deze campagne houden denken dat ze echt iets goed doen … Een druppel op de gloeiende plaat. Van korte duur en uitstel van executie; zelfs al zou iedereen die nu vlees eet zich eraan houden, dan nog groeit het probleem omdat in de landen waar de welvaart toeneemt er meer dierlijke producten gegeten gaan worden. Dat het eten van vlees, vis en zuivel niet meer de norm moet zijn, dat moet worden benadrukt! Dus eerder de ‘slechts-een-dag-per-week-vlees’ campagne.

7) Mijn mening is nooit gevraagd; 8) Slechte communicatie

Te veel communicatie bestaat niet – vaak wordt er te weinig gecommuniceerd, te weinig mensen (groepen) betrokken, te weinig uitleg gegeven, te weinig informatie over waar we staan in het change-management-proces. Wat vinden de bedrijven ervan die door de verandering aangetast worden? De wetenschappers, de activisten, …? Belanghebbenden, het zijn er nogal wat. Ze moeten stuk voor stuk betrokken worden, deelgenoot worden van de verandering. Geen gemakkelijke klus! Alweer, meer zorgen en hoofdpijn!

11) Ik word er niet beter van, anderen wel; 12) De beloning is onduidelijk

Bedrijven die zich bezighouden, direct of indirect, met dierlijke voedingsmiddelen zullen er niet beter van worden; zij die zich bezighouden met land- en tuinbouw en plantaardige voedingsmiddelen waarschijnlijk wel. Niet makkelijk, maar er zal van tevoren bedacht moeten worden wat de eerste groep gaat doen en hoe deze geholpen gaat worden. Het is belangrijk om deze groep bedrijven hierbij te betrekken. Heel lastig te organiseren lijkt me dat allemaal.

“U kunt nu wel zeggen dat dierlijke voedingsproducten slecht zijn voor je gezondheid, en het risico op hart en vaatziekte vergroten, maar ik heb ook andere studieresultaten gezien …” Wie of welke studie moet je geloven? Als wetenschapper denk ik wel het onderscheid te kunnen maken tussen betrouwbaar opgezette en uitgevoerde studies en die met een meer sturende vraagstelling – helemaal duidelijk als zo’n studie gesponsord wordt door bijvoorbeeld de vlees of melk-industrie. Maar zelfs bij de discussie over roken, waar de relatie met ziektes als longkanker overduidelijk is, heeft het jaren geduurd voordat er waarschuwingen op pakjes sigaretten verplicht werden gesteld; ook de tabaksindustrie heeft studies laten uitvoeren die lieten zien dat roken niet schadelijk was voor de gezondheid (zie tabaknee).

Ik ben van mening dat stoppen of minderen met het eten van dierlijke voeding veel makkelijker zou moeten zijn dan het stoppen met roken – sigaretten bevatten sterk-verslavende stoffen en stoppen resulteert in afkickverschijnselen. Het eten van veel vlees, vis en zuivel is eerder aangewend of zelfs aangeleerd; alleen kaas bevat caseïne die een zekere mate van verslavend effect zou kunnen hebben. Eerlijk gezegd is kaas, vooral Nederlandse oude kaas, het enige waar ik nog wel eens aan denk – zeker als ik vrijdagmiddag een pilsje drink, nu dan met wat ongezouten nootjes erbij in plaats van blokjes kaas.

Toch zou van de drie grote effecten die meer plantaardig en minder dierlijk eten met zich meebrengt, die op je gezondheid de meest duidelijk-zichtbare-voelbare beloning moeten zijn; dat het minder dierenleed en minder broeikasgassen (en mest/stank) met zich meebrengt kun je gemakkelijk over het hoofd zien, zeker als je ervoor kiest je kop in het zand te steken.

Conclusies: Wij, de consumenten, gaan het doen

Mijn eerste conclusie: Top-down gaat deze verandering niet geleid worden.

Kijkend naar bovengenoemde weerstand en mogelijke (hoofdpijn- en zorgwekkende) gevolgen, met name die op economisch gebied: er zal GEEN wereldleider opstaan om samen met de leiders van alle landen de intensieve veeteelt (inclusief visteelt en -vangst) te reduceren, en om de consumptie van vlees, vis en zuivel af te raden. Ook Obama niet. Misschien wel als er een snelle stijging te zien zou zijn in het percentage ‘groene’ consumenten, als het volk, zeg zo’n 50%, het wil (dit wordt verder besproken onder ‘wat kun jij doen’). Ik zie het er ook niet van komen dat een leider van een land, zoals Nederland, deze verandering als eerste gaat invoeren. Kan ook niet – de noodzaak van de verandering betreft de planeet, de aarde: alle landen, alle mensen moeten meedoen, niet stap-voor-stap. Het zou een beetje hetzelfde zijn als Theresa May, de prime-minister van het Verenigd Koninkrijk op een dag zou zeggen: kijk, er is een probleem met ons vervoersysteem; want, in bijna de hele wereld rijdt het vervoer aan de rechterkant van de weg en wij rijden links; dus gaan we stap-voor-stap rechts rijden – vrachtauto’s beginnen morgen, personenwagens volgende maand, … Zo zal premier Rutte ook heel wat ‘botsingen’ met het buitenland kunnen verwachten als hij eenzijdig zou aankondigen dat Nederland gaat stoppen met het uitvoeren van varkensvlees, zonder dat de andere landen deze verandering omarmen. Iedereen moet meedoen voor een succesvolle verandering.

Mijn tweede conclusie: bottom-up geleid wordt deze verandering een succes

POWER TO THE PEOPLE! Wij, de consumenten hebben de macht! Een grotere vraag naar plantaardige producten en een krimpende vraag naar dierlijke producten zal het aanbod bepalen. Het zal ertoe leiden dat bedrijven hierop in gaan spelen, zonder enige vorm van weerstand. Vergelijk voeding met muziek. We eten niet alleen graag, maar velen luisteren ook graag naar muziek, en vaak tegelijkertijd, toch?

Jarengeleden konden we kiezen tussen langspeelplaten (lp’s) en digitale muziek. Meer en meer mensen kozen voor digitale muziek en ontstond er een markt voor streaming diensten, telefoons waarop je muziek kon luisteren en nog vele andere apparaten en diensten. Wij, de consumenten, hebben deze verandering veroorzaakt – er is niemand die deze verandering van bovenaf heeft geleid of gemanaged; niemand die heeft gezegd dat we minder lp’s en meer digitale muziek moeten gaan gebruiken. Wij hebben het gerealiseerd, gewoon volgens de economische regels van vraag en aanbod. Zonder weerstand, ook niet bij de fabrikanten van lp’s. De norm is nu om muziek digitaal tot je te nemen, en een enkeling beluistert nog lp’s.

ZO MOET OOK PLANTAARDIGE VOEDING DE NORM WORDEN, DIERLIJKE VOEDING DE UITZONDERING.

Wat kun jij doen?

Wees de leider van je eigen ‘lifestyle-change’. Begin morgen een experiment zoals ik ook gedaan heb (blog 5), in eerste instantie voor je eigen gezondheid. In die periode zul je zien dat je je meer in het onderwerp gaat verdiepen. Alleen al omdat je op het web zult gaan surfen om te zien wat voor recepten er zijn om lekker plantaardig te eten. Ja, dat kan echt! Telkens zul je meer te weten komen, niet alleen over de gezondheidseffecten, maar ook over de misstanden van de intensieve veeteelt. Ik geef je op een briefje dat je meer dan eens zult zeggen: maar dat kan toch niet waar zijn?!! Waar zijn we in godsnaam mee bezig?!! Dit is precies zoals het bij mij, tijdens het experiment van twee-weken-alleen-plantaardig, is gegaan. Het experiment ligt nu ongeveer 4 maanden achter me en ik eet nauwelijks nog dierlijke voeding.

Ik denk echt dat hetzelfde met jou gebeurt. De volgende stap is dat je anderen gaat meekrijgen. Dat kan een heel leuk proces zijn. Als ik gevraagd word waarom ik geen vlees, vis en zuivel eet dan is mijn eerste antwoord dat ik het voor mijn gezondheid doe. En dat ik niet als een jehova-getuige ongevraagd andere mensen hiervan ga overtuigen. Elke keer, soms meteen, soms de volgende dag of de week erop, komt de vraag: kun je er wat meer over vertellen? Dan zitten ze ‘aan de haak’ en ga ik meer vertellen. Het gezondheidsaspect is naar mijn ervaring een positief aantrekkingsmiddel.

Just another day in paradise

Mijn verloofde en ik zijn begin juni getrouwd en zijn op huwelijksreis naar Bonaire gegaan – lekker duiken en genieten van de Caraïbische sfeer en van elkaar. We hebben daar een heel aardig stel ontmoet, af en toe wat gedronken en over van alles gesproken. Bij thuiskomst zijn ze plantaardig gaan eten, nadat we ze geholpen hadden met een ‘plantaardig boodschappenlijstje’. Zo heb ik meer voorbeelden, en ik hoop dat iedereen die dit leest wil meedoen. Je kunt uitrekenen hoeveel mensen meer plantaardig en minder dierlijk gaan eten, als eenieder die meedoet op zijn/haar beurt, binnen twee maanden, drie mensen weet aan te zetten mee te veranderen. Met een jaar zou theoretisch meer dan de helft van de wereldbevolking het dieet veranderd kunnen hebben. Ruud, van het stel op Bonaire, noemde dit het piramide-spel-principe.

Een kwestie van doen

Klaar voor de acties?

Hummus, gegrilde groente, en meer

Overtuig eerst jezelf zoals hierboven beschreven. Spreek daarna met de mensen in je omgeving met wie je al een vertrouwensband hebt.

Geef aan dat meer plantaardige en zo weinig mogelijk dierlijke voeding goed voor jou is – liefst met voorbeelden, als je die hebt (je bent afgevallen, minder last van artrose, meer energie, …)

Dan dat het ook goed voor de ander zal zijn, en dat steeds meer mensen het doen.

Als laatste, geef toe dat het begin best moeilijk was, maar dat het jou gelukt is en dat de ander het zeker ook kan – verwijs naar websites of stuur een lijst met plantaardige producten of iets dergelijks.

Vergeet ook niet als er vrienden langskomen om een lekkere plantaardige lunch te maken of borrelhapjes te serveren.

TOT SLOT

DEEL DIT BERICHT, deze boodschap met zoveel mogelijk mensen. Twitter, email of via welk medium dan ook. Deel-knopjes staan helemaal onderaan, onder extra informatie (‘verder lezen’).

Verander, ja! Voel je beter als planteneter. Wij met z’n allen gaan het gewoon doen!



VERDER LEZEN

 

Noodzaak tot verandering

Er zijn drie (groepen van) redenen om minder dierlijk te gaan produceren en consumeren, zonder uitputtend te willen zijn:

1) Dierenleed

  • In Nederland worden meer dan 500 miljoen dieren geslacht, per jaar
  • Als een videootje meer aanspreekt (nee, ik zal geen vreselijke beelden posten, alleen maar vreselijke cijfers over hoeveel dieren er per jaar, per dag, per minuut geslacht worden om te eten): zo’n 30 varkens, 3 kalveren, 1 koe, 1 lam en maar liefst zo’n 1100 kippen – per MINUUT …
  • Met varkens als voorbeeld, weer alleen in Nederland:
    • er worden 30 miljoen biggetjes geboren, per jaar, waarvan er 5 miljoen binnen de eerste weken sterven door ‘de niet-zo-prettige-omstandigheden’
    • er sterven ook meer dan een half miljoen volwassen varkens vanwege ‘de niet-zo-prettige-omstandigheden’

Meer over dierenleed: Maik heeft op zijn website aardig wat verhalen verzameld.

2) Milieu

De fossiele brandstoffen (olie, aardgas, en steenkool) en industriële processen doen het CO2-gehalte in de atmosfeer het meest stijgen. De veeteelt is een goede tweede (cijfers zijn altijd voer voor discussie, maar het zou nu rond de 21% liggen en blijft vooralsnog stijgen). Gelukkig kunnen oceanen en planten grote hoeveelheden CO2 absorberen en de uitstoot enigszins goedmaken, mits we de oceanen en tropische regenwouden niet zouden kapotmaken door de intensieve visserij en veeteelt, respectievelijk. Het is geweldig als je milieubewust elektrisch gaat autorijden. Maar weinigen schijnen in te zien dat het nog beter is om minder dierlijke producten te gebruiken, want de impact van de veeteelt is groter dan die van alle transportmiddelen bij elkaar opgeteld!

En de Volkskrant schreef, al in 2007 (!): “Terwijl we ons druk maken over de ondoelmatigheid en verspilling van benzine slorpende auto’s, is de ondoelmatigheid en de verspilling bij het eten van vlees nog veel erger. Vergelijk maar eens de productiviteit van grond gebruikt voor de productie van graan voor menselijke consumptie, met die van grond gebruikt voor voedergraan. Een hectare graangewas levert vijf keer zoveel eiwitten als een hectare gebruikt voor de vleesproductie. Peulvruchten leveren tien keer zoveel eiwitten per hectare en bladgroenten vijftien keer zoveel als bij vleesproductie.”

De reden dat we heel veel tropisch regenwoud (Amazone) kappen is voor landbouw ten behoeve van vee-voeder-graan! Het mes snijdt zo nog eens aan twee kanten, want het regenwoud kan ons ook nog redden, niet alleen door ons van zuurstof te voorzien, maar ook, zoals eerder vermeld, door het CO2 te absorberen. Veeteelt betekent meer CO2 en minder bossen!

3) Gezondheid

Er lijkt consensus te zijn dat plantaardige voeding heel gezond is, ook al heb ik in mijn eerdere blog 5 gezegd dat je ook als veganist ongezond kunt eten. Dagelijks friet met bewerkte soja-burgers en cola, om maar wat te noemen. Een dieet bestaande uit veel groente en fruit, bonen, peulvruchten, aardappelen, volkoren rijst en pasta levert je alle nutriënten die je lichaam nodig heeft. Er is slechts één vitamine die je moet toevoegen, en dat is vitamine B12 (van bacteriële afkomst; komt nog wel in vlees voor). Met de consumptie van vlees, vis en zuivel krijg je ook veel nutriënten binnen, en ….nog veel meer van wat je eigenlijk niet zou willen, en ook nog eens in veel te hoge mate: cholesterol, verzadigde vetten en dierlijke eiwitten. Over rood vlees lijken de wetenschappers het nu wel eens geworden: er is een verhoogd risico op darmkanker, hart en vaatziekten, … Ook over de andere dierlijke producten is van alles te zeggen, al probeert de industrie vanzelfsprekend zijn markt te beschermen door met ‘eigen’ experts en studies te schermen. In een van de documentaires hoorde ik een dokter op de vraag “kan ik beter wit of rood vlees eten?” zeggen: “je vraagt eigenlijk: wil ik gefusilleerd worden of opgehangen?”

Het eten van (diepzee) vis levert je lichaam gezonde omega-3-vetzuren, maar je kunt deze ook uit planten halen (doen de vissen trouwens ook!): algen, hennepzaad, lijnzaad, … zonder dat je de verzadigde vetten en het cholesterol van de vis binnenkrijgt. Plantaardig eten betekent dat je NUL cholesterol via je voeding binnenkrijgt (je lever maakt het voor je aan). Over hoe ongezond kweek- en ‘verse’ vis kan zijn valt hier meer te lezen.

Melk

In het dierenrijk wordt alleen melk gedronken door baby’s; Nederland met nog een paar landen vormen een uitzondering waar melk ‘traditiegetouw’ na de babytijd gedronken wordt, en dan ook nog van een koe. Vreemd! Lichaamsvreemd! Dus grote kans dat het immuunsysteem met antistoffen en ontstekingsreacties reageert. Je kunt meer lezen over Waarom veroorzaken dierlijke producten ontstekingsreacties?

Veganisme en getallen:

Op zoek naar betrouwbare gegevens over het aantal mensen op de wereld die voornamelijk plantaardig eten (zie bovenstaande link), kwam ik twee interessante artikelen tegen: “Zo zou de wereld eruitzien als iedereen veganist werd” geschreven door Evert Nieuwenhuis in De Correspondent, en “The unstoppable rise of veganism: how a fringe movement went mainstream” door Dan Hancox in The Guardian. Zeker het lezen waard!

Het is lastig om een betrouwbaar getal te vinden van het aantal mensen dat volledig of grotendeels plantaardig eet. Surveys worden niet in alle landen gedaan, de vraagstelling is niet altijd gelijk, en het aantal gevraagde mensen (sample size) verschilt en daarmee de betrouwbaarheid van de uitkomsten. Wat ik wel vind op alle sites die ik bekijk is dat het aantal mensen dat geïnteresseerd is in plantaardig voedsel en het aantal veganisten de afgelopen jaren duidelijk gestegen zijn. Met een redelijk ruwe inschatting van 1% mensen wereldwijd die hoofdzakelijk plantaardig eten hebben we het over zo’n 70 miljoen (wereldbevolking is ongeveer 7,6 miljard) mensen die al op de goede, plantaardige weg zijn. Als eenieder van de helft van deze mensen (35 miljoen) binnen twee maanden drie mensen weet te overtuigen om ook meer plantaardig en minder dierlijk te gaan eten, en deze nieuwe ‘groene’ mensen hetzelfde doen, en zo verder, dan zou je theoretisch binnen een jaar de ‘lifestyle’ van de helft van de wereldbevolking hebben veranderd. De toename gaat met grote sprongen doordat je elke nieuwe ronde met 3 vermenigvuldigt: als je met 1 persoon begint heb je na 6 rondes meer dan 1000 mensen overtuigd: 1 –> 3 –> 9 –> 27 –> 81 –> 243 –> 729 (de som = 1093); met 19-20 rondes bereik je zo’n 5 miljard mensen. Nog veel sneller gaat het met een start van een grote groep mensen, zeg de helft van het geschatte aantal ‘groene’ mensen, 35 miljoen –> 105 miljoen –> 315 miljoen –> 945 miljoen –> 2835 miljoen: deze optellend heb je na 4 rondes al 4 miljard mensen overtuigd van de verandering.

Wat eraan voorafging:

In mijn vierde blog heb ik geschreven over mijn plotselinge erkenning van de problemen die er kleven aan de manier waarop ik (en bijna de hele wereld met mij) voeding consumeer: zuivel, vlees en vis – ik wil, ‘vanzelfsprekend’, dat deze producten 1) lekker zijn, 2) elke dag van het jaar voorradig zijn, en 3) dat ze goedkoop zijn!

Dat mijn 3 ‘eisen’ aan voeding desastreuze gevolgen hebben voor de aarde en de dieren ((pluim-) veeteelt) heb ik ergens wel eens gehoord, maar ik heb er nooit bewust verder over nagedacht of actie ondernomen.

Omdat kleine boeren niet aan ‘goedkoop’ en ‘elke-dag’ kunnen voldoen zijn ze en worden ze grotendeels vervangen door mega-stallen. Een dergelijke stal bestaat uit genetisch identieke dieren, met één vader geselecteerd op smaak. Alle duizenden dieren zijn allemaal even ‘lekker’ en tegelijkertijd even vatbaar voor ziekten. Antibiotica dus! En veel, heel veel!

Omdat ik als consument boodschappen wil doen bij de goedkoopste supermarkt, worden de leveranciers onder druk gezet om de prijzen te verlagen. Als gevolg daarvan wordt er meer nadruk gelegd op kwantiteit (snel en veel produceren) hetgeen ten koste gaat van kwaliteit. Ik kan me voorstellen dat verhoogde productie ook ten koste gaat van het welzijn van kippen, varkens en koeien. Daarnaast schijnt het produceren van dierlijke voeding zo inefficiënt te zijn, zoveel water te kosten, zoveel ruimte weg te nemen om plaats te maken voor voer voor vee, zoveel CO2 en methaan uit te stoten, dat ik me begin te schamen hier niet eerder over te hebben nagedacht.

Zoals al in de eerdere blog gezegd, na het zien van de documentaire “what the health”, heb ik meer gelezen over de positieve effecten van plantaardige voeding. En over de (mogelijke) negatieve gezondheidseffecten van dierlijke voeding. Dat Kip Andersen af en toe een loopje met wetenschappelijke resultaten neemt, en behoorlijk overdrijft, neem ik voor lief – hij blijkt de eerste te zijn die me heeft doen inzien dat hoe we omgaan met de aarde, de dieren en onze gezondheid niet langer zo kan doorgaan! Ik heb het idee dat heel veel mensen achter het concept ‘minder dierlijk, meer plantaardig’ willen staan. Echter, dat maar weinigen er daadwerkelijk naar handelen. Het zou niet gemakkelijk te doen zijn. Het plaatst je buiten de normaal-geaccepteerde lifestyle. En zo zijn er vast nog wel meer redenen (of excuses). Voor mij is het het gezondheidseffect geweest dat me heeft doen besluiten tot het experiment om in ieder geval twee weken helemaal geen dierlijke producten te eten. Alleen maar plantaardige. Mijn verloofde deed gelukkig mee.

Het experiment: geen dierlijke producten eten gedurende 2 weken

En zo begonnen we. Eerst naar de supermarkt om boodschappen te doen. Het viel meteen op dat meer dan 95% van de voedingsmiddelen dierlijk is of dierlijke ingrediënten bevat. Het moeten lezen van alle etiketten gaf me meteen een idee van hoeveel er wordt toegevoegd aan bewerkte voedingsmiddelen. Niet altijd even gezond, en niet zo gemakkelijk om volledig plantaardige producten te vinden. Dat hield ons echter niet tegen. We sloegen in:

Als BASIS VOORRAAAD

Voor het ontbijt:

havermout, (diepvries) vruchtjes, chia-zaadjes, soja/amandel-yoghurt en -melk en lijnzaadolie.

Voor de lunch:

Volkorenbrood (van de bakker), rijstwafels, plantaardige margarine (bijvoorbeeld gele Becel), pindakaas, hagelslag-puur, appelstroop, jam, kikkererwten, tahin, citroen (lekker hummus maken!), avocado’s.

Voor het avondeten:

aardappelen, zoete aardappelen, volkoren pasta’s, volkoren rijst, zwarte bonen, bruine bonen, kapucijners, kikkererwten en linzen. Verder, veel groenten, vers en soms ingeblikt (tomatenblokjes, bijvoorbeeld), uien, knoflook, Spaanse pepers, kokosmelk, tomatenpuree, potjes en verse kruiden (peterselie en koriander bijvoorbeeld) en olijfolie.

Voor tussendoor:

veel fruit en ongezouten noten voor bij de cola light, het biertje, water of het glas wijn; chips hebben we ook gehaald: zijn plantaardig maar erg zout en vet en daarom niet zo gezond (ja, je kunt echt ook ongezond veganistisch leven op alleen cola en chips, bijvoorbeeld!); Liga evergreen, pure chocolade.

Toen naar de bio-winkel om te ervaren wat er voor sojaproducten en andere vleesvervangers te koop zijn om wat ‘bite’ in het avondeten te brengen, zoals soja-burgers, vega-worstjes en wat al niet meer. Ook waren er allerlei potjes met smeerbaar broodbeleg te koop. We realiseerden ons wel dat voor deze bewerkte producten geldt dat je naast plantaardige voedingsstoffen ook veel ongewenste toevoegingen kunt binnenkrijgen (E-nummers maar ook zout, suiker, en dergelijke). Wellicht nog steeds beter dan bewerkte dierlijke producten.

Bij de drogisterij kochten we tenslotte nog vitamine B12 pilletjes, belangrijk voor zenuwstelsel en bloed. Ik had gehoord en gelezen dat dit vitamine door bacteriën gemaakt wordt en nog wel in dierlijke producten aanwezig is, maar bij een volledig plantaardig dieet als enige vitamine aangevuld moet worden.

Met mijn wetenschappelijke achtergrond en ervaring in het doen van grootschalig onderzoek, wist ik wel dat er aardig wat mis was met mijn experiment, om het mild uit te drukken. N = 1 is n = geen, bijvoorbeeld, waarmee ik bedoel dat wil je wetenschappelijk iets aantonen je in grote aantallen moet denken (n staat voor aantal). Je niet te veel variabelen moet hebben, omdat je anders niet weet welke voor het mogelijk effect verantwoordelijk is. In mijn experiment was n=2 en waren er veel variabelen. Zo was ik nog maar een paar weken op mijn nieuwe insuline-schema (zie blog 3) en waren we een paar maanden eerder verhuisd van het binnenland (Oostenrijk) naar de kust (Duitsland). De mogelijke effecten die het nieuwe plantaardige dieet op mijn bloedsuiker of mijn bloeddruk kon hebben, of op de pollenallergie (hooikoorts) van mijn verloofde, zouden  verklaard kunnen worden door de andere variabelen. Hoe dan ook, het was in eerste instantie een persoonlijk experiment, en bedoeld om vooral mezelf te overtuigen.

Ik bedacht me dat er geclaimd werd dat ontstekingen niet meer gestimuleerd worden – ze zouden eerder geremd worden als je stopt met dierlijke voeding; vele jaren van basketbal, tennis en andere sporten, hebben ertoe geleid dat mijn rechterschouder een soort van chronisch ontstoken is. Het speelt op als ik te fanatiek in de sportschool bezig ben geweest. Met tennis en basketbal spelen ben ik jaren geleden al gestopt. Ook in de gym doe ik alles met minder intensiteit, en borst- en schouderoefeningen beperk ik tot een minimum. Dat bracht me op het idee voor een mogelijke uitkomst van het experiment: “hoe voelt m’n schouder als ik weer begin met het doen van push-ups?”

Resultaat:

Om maar meteen met de deur in huis te vallen: na het experiment van 2 weken eten we, zo’n 4 maanden later, nog steeds plantaardig. Terwijl ik bang was bepaalde producten te gaan missen, viel dat erg mee. In plaats daarvan heb ik met heel veel nieuwe ingrediënten kennisgemaakt. Op bezoek bij vrienden of familie eet ik gewoon met de pot mee, dus af en toe eet ik nog dierlijke voeding. Ik zou van mijn leven echt niet gedacht hebben dat ik dit zou schrijven: ik mis de biefstuk niet, ook de gegrilde kip, de gehaktbal of het eitje niet – en dat vond ik toch allemaal echt heeeeeel lekker. Het lijkt erop dat na een paar maanden (2 weken is eigenlijk te kort) mijn lichaam gedeprogrammeerd is, dat al mijn lichaamscellen goede vetzuren, eiwitten en al wat niet meer van plantaardige herkomst hebben ingebouwd, dat m’n darmflora zich heruitgevonden heeft om plantaardige producten te verwerken ….

Mijn HbA1c was laatst 5,7% en mijn bloeddruk is nog nooit zo laag geweest, misschien moet ik mijn candesartan dosering (bloeddrukverlagend medicijn) verlagen (zie blogs 2 en 3). Het LDL (‘slechte’ cholesterol) gehalte was belachelijk laag: 2,19 mmol/l (normaalwaarde 2,60-3,40) met een waarde van het gezamenlijke cholesterol van 4,11 (normaalwaarde <5,2). De pollenallergie-aanvallen (hooikoorts) van mijn verloofde zijn lang uitgebleven, maar uiteindelijk toch gekomen – wel in mindere mate, zegt ze; daarnaast is de constipatie, die haar redelijk vaak problemen bezorgde, volledig verdwenen. Die nieuwe darmflora heeft kennelijk bacteriën die wel raad weten met plantaardige voeding!

Push-ups, variërend van 1 tot 3 setjes van 30 reps, gaan zonder problemen. Ik ben zelfs een keer, na een pauze van zo’n 4-5 jaar, een uur met de buurman gaan tennissen. Na de oefeningen voel ik de schouder (de volgende dag) zeker, maar de pijn is niet meer zo scherp als voorheen en lijkt meer naar de achtergrond verdwenen.

Voorlopige conclusie:

Voedingsmiddelen, zo is mijn persoonlijke overtuiging, zijn geen medicijnen en kunnen ook mijn kapotte schouder niet helen. Wel, zo denk ik, kunnen plantaardige voedingstoffen ontstekingsremmend werken en je lichaamscellen beter laten functioneren en ook gevoeliger maken voor medicijnen. Als je de bewerkte vleesvervangers en snacks buiten beschouwing laat, dan krijg je met een plantaardig dieet eigenlijk alleen maar goede voedingstoffen binnen: weinig verzadigde vetten (en weinig onverzadigde transvetten), geen cholesterol (werkelijk, geen, oftewel NUL!), veel vezels, vitaminen en mineralen. Fysiek voel ik me prima en denk ik te weten alle benodigde voedingsstoffen binnen te krijgen; sterker nog, ik weet het met grotere zekerheid nu, vergeleken met de tijd dat ik vlees, vis en melkproducten in mijn dieet had. Daarnaast heb ik mijn geweten gesust door minder dierlijke en meer plantaardige producten te consumeren – het is een heel goed gevoel dat mijn huidige ‘lifestyle’ veel minder aanspraak op het milieu maakt en tot minder dierenleed leidt!

Het schrijven van deze blog heeft veel bij me los gemaakt, en brengt de vraag met zich mee waarom het kennelijk zo moeilijk was voor mij om open te staan voor een verandering van ‘my lifestyle’.

Zouden anderen net als ik ook een of ander duwtje nodig hebben om een experiment als hier beschreven staat te doen? Eerlijk gezegd kan het geen kwaad, toch?

Laat maar een reactie achter als je meer tips, meer duwtjes, nodig denkt te hebben.


VERDER LEZEN

 

Veel-gestelde vraag:

Krijg je wel voldoende calcium en eiwitten binnen als je niets dierlijk meer eet? Dit soort vragen krijg je heel vaak als je vertelt dat je volledig plantaardig eet. Wat ik dan als eerste denk, maar niet hardop uitspreek, is of de ‘vragen-stellende carnivoor’, wel voldoende vezels, vitaminen, mineralen, en onverzadigde vetzuren binnen denkt te krijgen? Maar nog even over calcium en eiwitten: calcium zit inderdaad in melk, en eiwitten zitten in zuivelproducten en in vlees en in vis – maar, calcium en eiwitten kun je ook uit plantaardige bronnen halen ZONDER de overdaad aan verzadigde vetten en cholesterol. Ik heb een boek gevonden, gepubliceerd in België, waarin heel goed uitgelegd wordt (’10 geboden) welke voedingsstoffen je uit welke plantaardige producten kunt halen, met heel veel recepten: The green food bible; de site is sowieso een aanrader om te volgen.

Cholesterol:

Het is niet nodig cholesterol via de voeding binnen te krijgen, omdat de lever de benodigde hoeveelheid (bouwsteen cellen en hormonen) in je lichaam produceert. Het evenwicht tussen het gehalte cholesterol in je bloed en wat je lever aanmaakt kan verstoord worden, onder andere door je levenswijze – bijvoorbeeld door het eten van veel verzadigde vetten; (meervoudig) onverzadigde vetten hebben eerder een positief effect op je cholesterol.