02 – Verandering ‘lifestyle’ na de diagnose diabetes type 1

In mijn eerste blog heb ik geschreven over mijn persoonlijke herinneringen aan de tijd kort voor en na de diagnose van suikerziekte, en welke veranderingen dat met zich meebracht. In deze tweede blog neem ik je mee naar mijn herinneringen van enkele periodes daarna waarin mijn levenswijze, ‘my lifestyle’, veranderde ten gevolge van het hebben van diabetes.

Conservatieve instelling met gemengde insuline vergt discipline

Zeker naar de huidige maatstaven, werd ik conservatief ingesteld met een gemengde insuline, Novomix 30. Een injectie voor het ontbijt en de tweede voor het avondeten. Drie hoofdmaaltijden en drie tussenmaaltijden. Ik weet niet meer of ik voor mijn diagnose al gedisciplineerd was, maar aan het schema van de twee injecties en het 6 keer per dag eten heb ik me altijd weten te houden, en een injectie of maaltijd heb ik nooit overgeslagen. Dit betekende dat ik vaak eten afsloeg als er bijvoorbeeld wat getrakteerd werd, en ook dat ik vaak iets ging eten als niemand anders dat deed, gewoon omdat het tijd was voor mijn tussenmaaltijd of mijn bloedsuiker aan het dalen was.

Dat een ander schema ook voordelen kan hebben, bijvoorbeeld om dagelijks langwerkende insuline te gebruiken, en om kortwerkende insuline te injecteren als je iets ging eten, heb ik pas veel later ingezien.

Hierover meer in volgende blogs.

De eerste 35 jaar was mijn levensstijl vrij ouderwets, als diabeet dan. De nadruk lag bij mij op het voorkomen van hoge bloedsuikers, geen zoetigheid eten en beperkt koolhydraten. Een lage bloedsuiker, van bijvoorbeeld 3 mmol/l vond ik een beter resultaat dan een relatief hoge van bijvoorbeeld 12. Een lage bloedsuiker gaf me de kans om eindelijk weer iets zoets te eten, zoals een mars of een boterham met stroop.

Thuis was, en is, mijn moeder de koningin van de appeltaart – echt lekker, vooral als ie net uit de oven komt! Voor mij werd tot voor een jaar geleden een hele appeltaart gemaakt, zonder suiker, maar met zoetstof (die in poedervorm is het meest geschikt voor warme gerechten, terwijl de vloeibare eerder voor koude gerechten bedoeld is). Nog steeds roept de rest van de familie als we wat te vieren hebben in het ouderlijk huis, bij het zien van de door mams gebakken appeltaarten, dat het niet eerlijk is dat mijn stuk veel groter is. Ik weet zeker dat ze het niet menen… toch?

Ik heb in de eerste jaren van mijn suikerziekte de aanbeveling meegekregen: bloedsuikerspiegel >3 en <10, maar mijn huidige arts (in Duitsland) noemt elke waarde onder 4 mmol/l al een hypo. Op internet heb ik tevergeefs geprobeerd om iets over de ‘>3 en <10 campagne’ terug te lezen. Niets meer van te vinden. Alhoewel ik niet vaak mijn bloedsuiker prikte, liet ik wel redelijk trouw elke 3-4 maanden mijn HbA1c bepalen in het laboratorium. Deze was bijna altijd rond de 6% (bij mensen zonder diabetes is de waarde 4-6%; bij diabetici wordt gestreefd naar <7%), en vertelde me dat, gemiddeld over de afgelopen twee tot drie maanden, m’n bloedsuikerspiegel binnen de streefwaardes lag. Dat klonk eigenlijk altijd heel goed, maar het is heel goed mogelijk dat de relatief goede waardes veroorzaakt werden door veel/langdurige lage waardes (“Sie unterzuckern” zegt mijn huidige arts). Om dat te achterhalen had ik meer dag curves moeten maken, en bijvoorbeeld om de twee uur een bloedsuiker moeten prikken – zie volgende blog.

Sporten en jojo-en

Ten tijde van mijn diagnose was ik een redelijk fanatiek tennisser; in mijn eerste blog heb je kunnen lezen dat ik ook thuis ben gaan fitnessen, omdat ik zo mager werd.

Toen ik eenmaal insuline ging spuiten, bleef ik tennissen, ging ik meer fitnessen en ‘vlogen’ de kilo’s eraan, van 59 kg richting de 90. Daarnaast besloot ik om ook nog te gaan basketballen en hockeyen, hetgeen het gemiddelde van sportactiviteiten op 4-5 per week bracht. Niet alleen omdat ik het erg leuk vond om te doen, maar ook omdat je veel energie/suiker verbrandt waarmee je je bloedsuiker kunt verlagen.

Dit heeft me meerdere keren in problemen gebracht. Als jongeman kon ik met lage bloedsuikers rond de 3 mmol/l nog goed functioneren; als de lage bloedsuikerspiegel langer aanhield leek ik op de automatische piloot over te gaan, en functioneerde in een soort van droomachtige realiteit. Af en toe heb ik het te bont gemaakt, voor mijn lichaam dan, met alle sportactiviteiten. Zo heb ik, toen ik postdoctoraal student was aan het MD Anderson Cancer Institute in Houston, Texas, bijna elke avond op het campusterrein gebasketbald met medische studenten. Het is een paar keer gebeurd dat ik, nadat ik thuis in bed gestapt was, wakker werd in de ziekenauto. Wat ik tijdens of na het sporten ook aan zoetigheid at en dronk, de spieren bleven kennelijk maar suiker uit het bloed vragen en opnemen waardoor hypoglykemie optrad, wat voor mij betekende dat de bloedspiegelwaardes voor langere tijd onder de 2 mmol/l waren.

Niet echt leuk! Zeker niet voor mijn naasten. Als ik dan, na een glucagon-injectie, bijkwam al dan niet in de ziekenauto, kwam meteen het schuldgevoel naar boven. Dat ik vaker mijn bloedsuiker had moeten testen, dat ik meer had moeten eten, dat ik mijn vrouw en kinderen onnodig heb laten schrikken, ….

Het hebben van suikerziekte heeft mij nooit in de weg gestaan als ik privé of voor het werk op reis ging. In het geval van trans-Atlantische vluchten naar Amerika bleef ik zo lang mogelijk, met mijn twee novomix injecties op het Europese tijdschema en spoot extra insuline voor het Amerikaanse avondeten. Om het aantal eenheden extra te berekenen, deed ik het volgende. Het totaalaantal eenheden insuline deelde ik door 24 uur, hetgeen me het aantal eenheden per uur gaf – bij een tijdverschil van 8 uur (de westkust van Amerika loopt 8 uur achter) spoot ik dan 8 keer dat aantal eenheden bij. Op de terugweg spoot ik dat aantal eenheden dan minder. Heeft eigenlijk altijd zonder al te veel problemen gewerkt.

 

Met de kennis van nu  …..

Als je er een actieve levensstijl op na houdt, je veel reist, en/of veel sport is het handig om een insuline-behandeling te hebben die daarbij past en flexibel is. Alhoewel het me al die jaren gelukt is om met gemengde insuline deze levensstijl te hebben, denk ik achteraf dat het makkelijker zou zijn geweest om eerder over te stappen op een behandelschema met apart een langwerkende en een kortwerkende insuline.

 


 

VERDER LEZEN

Novomix 30

Novomix 30 is een gemengde insuline, en bestaat voor 30% uit een snelwerkende vorm, en voor 70% uit een langwerkende vorm. De insuline wordt na 10-20 minuten actief en de kortwerkende insuline kent een piek tussen 1 en 4 uur, terwijl de langwerkende ongeveer 24 uur actief is (steady state).

Hypoglykemie

Je spreekt van hypoglykemie als de bloedsuikerspiegel onder de 3,8 mmol/l is. De verschijnselen en de mate ervan kunnen per persoon verschillen. Doordat je lichaam probeert de bloedsuikerspiegel te laten stijgen kan je gaan trillen en zweten. Het beste is, als je er nog toe in staat bent, om snelwerkende (enkelvoudige) suikers tot je te nemen, zoals Dextro Energy. Er bestaan glucose/druivensuiker tabletten die je altijd makkelijk bij je kunt dragen – moeilijker in je broekzak, maar wel zo effectief zijn de zgn high-energy sportdrankjes. Als eten of drinken niet meer lukt kan er glucagon geïnjecteerd worden. Glucagon is een hormoon dat via het bloed inwerkt op de lever om glucose aan de bloedbaan af te geven.

 

HbA1c: HbA1c

Rode bloedcellen zorgen voor het transport van zuurstof in je bloed, met behulp van de rode kleurstop hemoglobine (Hb); tijdens hun leven van zo’n 3 maanden ‘neemt’ Hb suiker op: hoe hoger de bloedsuiker des te meer suiker wordt gebonden en des te hoger de waarde van HbA1c.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *