In mijn derde blog heb ik geschreven over mijn recente overstap naar een ander insuline-behandelschema. De blog eindigde met mijn vraag waarom ik na 35 jaar als redelijk succesvol suikerpatiënt opeens wel openstond voor verandering.

In deze blog vertel ik over nog een recente verandering aangaande voeding en dieet, waar ik kennelijk plotseling voor openstond. De argumenten zijn er al heel lang, maar ik ‘luisterde’ nu pas….

What the hell, what the health:

En zo begon het. Mijn verloofde was een paar dagen weg, naar München. Het was avond en ik zat met de ‘mannen’, onze Siamese kater en ons teckel-mannetje, op de bank een actiefilm op Netflix te kijken. Biertje, een paar eigenlijk, stukjes oude kaas erbij, meegebracht door mijn ouders die enkele weken eerder uit Nederland op bezoek waren geweest. Heerlijk!

Het was vast vermakelijk, maar zeker niet meer dan dat omdat ik me nu niet herinneren kan hoe de film heette. Wel herinner ik me dat ik bedacht om nog iets rustigs te kijken voordat ik naar bed zou gaan. In mijn Netflix lijst had ik een documentaire over voeding opgeslagen, “what the health”. Mijn verloofde eet al heel lang geen vlees, en sinds we samen zijn ben ik minder vlees en meer vis gaan eten. Zo gaat dat natuurlijk.

Ik verwachtte dat de documentaire vis zou aanbevelen boven vlees of iets dergelijks. Misschien dacht ik helemaal niet zo veel meer, zo laat op de avond en met het bier dat ik gedronken had – bier wordt in Duitsland in halve liters verkocht.

Na de eerste tien minuten dacht ik eraan om te gaan slapen; het leek er in eerste instantie op dat de documentaire plantaardige/veganistische voeding als geneesmiddel wilde aanprijzen. In de beginjaren van mijn carrière heb ik onderzoek gedaan aan de mogelijke gezondheidseffecten van voedingsmiddelen (nutraceuticals), en ik ben ervan overtuigd geraakt dat voedingsmiddelen niet geneesmiddelen kunnen vervangen.

Toch bleef ik kijken. Kip Andersen en Keegan Kuhn (met Leonardo Dicaprio, als producer voor Netflix) probeerden ons twee oude thema’s te verkopen, en een voor mij heel nieuw thema.

  1. Het houden van dieren voor consumptie heeft een desastreuze impact op het milieu – dit had ik natuurlijk wel eens gehoord, maar ik heb me er kennelijk niets van aangetrokken;
  2. Het houden van dieren voor consumptie, zeker op ‘mega-schaal’, leidt tot dierenleed – dit wist ik natuurlijk ook wel; weer geldt dat ik me er niet zoveel van heb aangetrokken;
  3. Het eten van dierlijke producten zou onnatuurlijk voor mensen en schadelijk voor de gezondheid zijn, terwijl een plantaardig dieet hart- en vaatziekten zou voorkomen en de kans op diabetes en kanker zou verkleinen …….

Er werden meerdere Amerikanen, met allerlei klachten, aan het woord gelaten die na twee weken puur plantaardige voeding hun medicijnen konden wegdoen of verminderen.

Ik stuurde die nacht nog een sms-je naar mijn vriendin en zei dat ik de komende twee weken een experiment wilde gaan doen…… Ze zei dat ze mee zou doen en dat ze dacht dat ik dronken was.

Ik vraag me nu nog steeds af waarom ik nu openstond voor deze verandering, waarom luisterde ik nu wel naar wat ik ook al eens eerder gehoord had?

Ik vond aardig wat filmkritieken op het internet. Positieve, maar zeker ook negatieve: Kip Andersen zou overdrijven, cherry-picken, alleen bevooroordeelde artsen aan het woord laten, etc.

Persoonlijk vind ik presentatie ontzettend belangrijk als je een indrukwekkende boodschap ten grondslag aan een verandering wilt brengen. Overdrijven mag wat mij betreft als je een punt wilt maken. Ik herinner me dat ik Jamie Oliver op TED-talks een kruiwagen met suiker het podium zag oprijden – dit is de hoeveelheid suiker die kinderen tijdens de lagere school in Engeland binnenkrijgen; voor Amerika liet hij een schoolbus vollopen met suiker. Punt gemaakt! Vervolgens kwam het plan hoe dit te veranderen.

Al zou maar de helft waar zijn van wat gepresenteerd is dan nog is het voor mij de moeite waard om hier aandacht aan te besteden. Ik realiseer me nu dat elk van de drie thema’s genoeg reden is om, wat ik noem ‘minder dierlijk, meer plantaardig’ te consumeren.

Dus waarom ‘luister’ ik nu pas??

Het is een heel interessant en belangrijk, maar tegelijk ook wel een beetje verdrietig onderwerp om goed over na te denken. Omdat ik, en met mij de meesten, eigenlijk elke dag dierenvlees of producten van dieren willen consumeren – met de beste smaak, voor weinig geld – zijn er meer en meer mega-stallen gekomen met genetisch identieke dieren (allemaal dezelfde vader). De beesten leveren allemaal producten van dezelfde smaak, maar zijn ook allemaal even vatbaar voor ziekten. En die kunnen weer overspringen op mensen (AIDS, Q-koorts en hersenontsteking zijn voorbeelden hiervan).

Ik heb eerlijk gezegd ook nog nooit echt naar dierenactivisten of naar Marianne Thieme geluisterd, maar als ik voor deze blog haar programma erop nalees dan zie ik dat ze de eerste twee thema’s vakkundig beschrijft. Dus waarom heb ik er nog nooit naar geluisterd? Misschien dat de naam, Partij voor de Dieren, me niet aanspreekt – het is toch in eerste plaats het milieu (en de gezondheid) van de mensen dat significant zal verbeteren als we minder dieren gaan houden voor consumptie. Minder ontbossing (nu: 80% ontbossing amazonewoud), minder broeikasgas/CO2 uitstoot (nu: 15% door vee), minder antibioticagebruik, minder resistente bacteriën/virussen, minder verbruik water (nu: een kwart wereldwijde watergebruik voor vee), minder vervuiling zout en zoet water, … allemaal goed voor ons, mensen. ‘Partij voor de mensen’ dus, Marianne Thieme?

Waarom ik hier nu pas, na mijn vijftigste, over aan het nadenken ben en consequenties aan verbind is toch bijzonder. Het moet het derde thema zijn, dierlijke producten zouden niet gezond zijn, dat niet de ver van mijn bed show is, maar dichter bij mij staat, over mijn gezondheid gaat, mijn diabetes kan beïnvloeden, …. Wel een egoïstisch motief, eigenlijk! Ik weet natuurlijk dat, om veranderingen te bewerkstelligen, je eigenlijk per persoon/groep een op-maat-gemaakte boodschap moet communiceren die die persoon/groep raakt of aanspreekt. Het opsommen van getallen aangaande CO2-uitstoot en hectares gekapt amazonewoud ten gevolge van veeteelt, heeft klaarblijkelijk bij mij in eerste instantie niet gewerkt. Kip Andersen met de ‘what the health’ documentaire en zijn op z’n minst wat overdreven gezondheidseffecten, is het wel gelukt mij over ‘meer plantaardig, en minder dierlijk’ na te laten denken.

In de volgende blog zal ik verslag doen van mijn ‘lyfestyle-change-experiment’ en mijn ervaringen delen aangaande 2 weken niet dierlijk maar uitsluitend plantaardige voeding te eten.

 


 

VERDER LEZEN

Kip Andersen en Keegan Kuhn maakten twee documentaires die ondermeer hebben geleid tot bovenstaande blog: Cowspiracy en What the health.

Deze WTH (what the health) recensie van Martine vond ik aardig om te lezen om een en ander in perspectief te zetten: WTH-review

De film heeft veel kritiek gekregen dat er wordt overdreven en dat er alleen cijfers gebruikt worden die in het veganistische straatje passen. Zo wordt er gezegd dat 51% van de wereldwijde CO2-uitstoot afkomstig is uit de dierenindustrie. Algemene consensus is dat dit 15% is: ook heel veel!! Zorgwekkend veel, eigenlijk.

In mijn tweede blog heb ik geschreven over enkele van mijn persoonlijke herinneringen aan de 35 jaar dat ik een insuline-mengsel van kort- en langwerkende insuline gebruikte. In deze derde blog komt een recente wending aan bod. De overstap naar ander insuline-behandelschema en naar een ander eet- en leefpatroon.

Toch nog een moderne diabeet na mijn vijftigste

Toen ik eind 2017 vanuit Oostenrijk naar Duitsland verhuisde moest ik weer op zoek naar een huisarts die me recepten kon voorschrijven t.b.v. mijn medicijnen Novomix en Candesartan (bloeddrukverlager), naaldjes en test-strips. Eerlijk gezegd ben ik relatief korte tijd onder behandeling geweest van een internist, ten tijde van de diagnose van diabetes. Maar na de eerste verhuizing (weg uit mijn geboorteplaats) heb ik altijd huisartsen gezocht en gevonden voor HbA1c bepalingen en voor het uitschrijven van recepten. In mijn eerdere blogs heb ik beschreven hoe ik jarenlang heel gedisciplineerd op 2 dagelijkse injecties gemengde insuline geleefd heb, met 6 maaltijden per dag. Vijfendertig jaar heb ik dat volgehouden, terwijl ik me maar mondjesmaat op de hoogte liet houden van mogelijke nieuwe ontwikkelingen betreffende de behandeling van suikerziekte. In Wenen had ik een diabeet in mijn team die mijns inziens heel vaak haar bloedsuiker bepaalde en even vaak een extra injectie deed. Ze at dan gewoon de taart mee die een andere collega voor het team had meegebracht, terwijl ik, zoals ik gewend was, heel vriendelijk bedankte.

De assistent van de huisarts die ik in Duitsland op het oog had (in dezelfde straat – lekker makkelijk!) zei dat de dokter geen patiënten meer aannam. Ik wilde me zo snel niet laten wegsturen en begon een praatje over hoe lastig het is om je weg te vinden als je net verhuisd bent en dat het vinden van een huisarts wel erg belangrijk is. Ze begon zich te verontschuldigen en vertelde dat de praktijk zich gespecialiseerd heeft op patiënten met diabetes, … Bingo! zei ik. En misschien bespeurde ik enige tegenzin, maar suikerpatiënten mocht ze niet weigeren, en ik had voor het eerst in heel lange tijd een afspraak bij een diabetes-specialist.

Twee weken later, met de brieven van mijn Oostenrijkse huisarts op zak (een lijst van HbA1c waarden en de medicijnen die ik gebruik), werd ik eerst door een verpleegkundige ondervraagd en onderzocht. Mogelijke zenuwschade werd onderzocht door met een veertje onder mijn voeten te kietelen: prima in orde! HbA1c werd ter plekke bepaald met bloed uit de vinger – ik was altijd gewend dat ik hiervoor een buisje moest afgeven die vervolgens naar het lab ging voor de analyse. De waarde was 5,8%. Prima in orde! Gewicht 88 kg – ook okay met mijn 1,94 m lengte. Bloeddruk was, ondanks mijn medicatie (candesartan) aan de hoge kant: 160/110. Ik had die ochtend een vervelend gesprek gehad met mijn leidinggevende; na een paar weken was me helaas al het gevoel bekropen dat de bedrijfscultuur niet die was die ik me ervan had voorgesteld – wellicht had dat ermee te maken.

Bij de arts werd ik naar mijn meetapparaat gevraagd (OneTouchVario), die hij aan zijn computer koppelde. Hij zag vooral relatief hoge en relatief lage waarden – ik probeerde uit te leggen dat ik niet op regelmatige tijden meet, maar alleen als ik denk of hoog of laag te zitten. Hij stelde voor om dag-curves te maken door elke twee uur te meten en op te schrijven hoeveel brood-eenheden ik over de dag at. Ook gaf hij mee om na te denken over nieuwe insuline-instelling, omdat het volgens hem niet meer van deze tijd was om alleen maar gemengde insuline te gebruiken.

Na twee weken weer terug bij de arts zagen de dag-curves er redelijk goed uit, waarbij ik ook de maaltijden had genoteerd omgerekend naar aantal BE’s (brood-eenheden: 1 BE = 10 gram koolhydraten). Er zaten wel aardig wat lage bloedsuikers tussen, en hij concludeerde dat ik meer (te) lage waarden zou hebben gehad als ik niet steeds extra zou hebben gegeten – ik zei dat ik al 35 jaar gewend was om tussenmaaltijden te eten. Mijn persoonlijke les was dat het frequent meten van mijn bloedsuiker me goed hielp om te lage bloedsuikers te voorkomen; ik was het in zoverre eens met de dokter dat ik daarvoor het “instrument” eten gebruikte. Hij legde uit dat, ook al was ik een relatief goed ingestelde diabeet, tegenwoordig diabeten eerder op twee typen insuline worden ingesteld. Eén injectie met langwerkende insuline, en meerdere injecties kortwerkende afhankelijk van hoe vaak en van wat je eet. Hij wilde dat ik erover zou nadenken (hij had vast een cursus over “change-management” gelezen), maar ik gaf meteen aan er wel voor in te zijn. Het enige wat ik voorstelde was om er mee te beginnen als ik mijn glucose continu kon monitoren zonder dat ik steeds vingerprikken zou moeten doen; ik had al een jaar eerder, op eigen kosten, de FreeStyleLibre sensor van Abbott uitgeprobeerd. Het uitleesapparaatje had ik nog, dus ik stelde voor een paar sensoren te bestellen voor dit experiment. En zo is het gegaan.

Toen de FreeStyleLibre sensoren er waren heeft de arts als langwerkende insuline, Toujeo voorgeschreven, en als kortwerkende, Fiasp. We hadden nog wat discussie over de Toujeo injectie, omdat de dokter voorstelde deze ’s avonds in de buik te doen, altijd op dezelfde tijd. Mijn voorkeur is om deze ’s ochtends in het bovenbeen te doen; we werden het eens. De Fiasp injecties zou ik wel in de buikhuid doen. Hij schreef ook naaldjes voor, veel korter dan de 8 mm die ik gewend was. Injecties met 4 mm naaldjes zou je gewoon loodrecht in je huid kunnen doen, terwijl ik gewend was een plooi te pakken en het 8 mm naaldje er schuin in te steken – en met een watje ertegen aan bij het uittrekken. Wow, dit ging wel wennen worden!

De verandering was en is enorm! Van de arts had ik een schema meegekregen om mee te beginnen. Een vaste dosis Toujeo en verschillende doseringen Fiasp afhankelijk van wat hij noemde de brood-eenheid-factor (BEF). In de eerste twee weken heb ik, aan de hand van de FreeStyleLibre metingen, aardig wat correctie-injecties gedaan, maar met de voor mij nieuwe 4mm-naaldjes was dat geen probleem.

De dosering van Toujeo heb ik uiteindelijk ingesteld gekregen door na de ochtend-injectie een dag (en nacht) niet te eten of correctie-injecties te doen. Ik gebruik nu een dosis van 14 eenheden die ervoor zorgt dat mijn bloedsuiker constant blijft, dag en nacht.

Van 6 maaltijden ben ik naar 3 maaltijden overgestapt, die ik niet meer op vastgestelde tijden hoef in te plannen. Afhankelijk van de bloedsuikerwaarde doe ik een injectie met Fiasp; als deze tussen de 5 en 8 mmol/l ligt dan doe ik geen correctie en spuit ik 1 eenheid voor elke broodeenheid die ik ga eten; deze zogenaamde BEF kan voor iedereen anders zijn en kan ook verschillen over de dag. In het geval van > 8 doe ik er een correctie-dosis bovenop om de waarde tot 7 terug te brengen: 1 eenheid om de waarde 2 mmol/l te verlagen. Wanneer ik bijvoorbeeld voor de lunch 5 boterhammen wil gaan eten en de meter geeft een waarde van 11 mmol/l – dan even rekenen: om 11 terug te brengen naar 7 mmol/l moet de waarde 4 mmol/l dalen waarvoor ik 2 eenheden nodig heb; voor de 5 boterhammen heb ik, met mijn BEF (van 1), 5 eenheden nodig: ik spuit dan 7 eenheden vlak voor deze maaltijd.

Wat een verschil met hoe ik hiermee ‘vroeger’ omging – ik at bij een bloedsuiker van 11 gewoon niet.

Als de meter een waarde van onder de 5 geeft, dan begin ik eerst met eten, voordat ik na ongeveer 10 minuten Fiasp injecteer.

Om na 35 jaar als gedisciplineerde diabeet van gemengde insuline over te stappen op eenmaal een dagelijkse injectie met langwerkende insuline en op meerdere, maaltijdafhankelijke injecties met kortwerkende insuline is een enorme verandering gebleken. Door de nieuwe, kleine naaldjes, is het ongemak van meerdere injecties vrij gering. Het geeft me absoluut meer vrijheid – zeker het wegvallen van de noodzaak om op gezette tijden te moeten eten is ‘bevrijdend’. Tevens het principe dat ik kan eten wat en hoeveel ik wil (vanuit suiker/koolhydraten-perspectief) zie ik als voordeel – als ik wil kan ik gewoon mijn Fiasp-pen gebruiken als ik een stuk gebak wil eten.

Als mensen mij eerder vroegen naar mijn eetgewoonten (ik bracht altijd een zak brood mee naar het werk – zonder beleg wel te verstaan) zei ik altijd dat ik overdags at om mijn bloedsuiker op peil te houden, en dat ik ’s avonds pas voor het lekkere ging eten. Nu kijk ik ook uit naar de lunch! Lekker!

In het ‘vorige’ leven heb ik, naast de regelmatige HbA1c bepalingen, op gevoel en op sporadische vingerprikken mijn diabetes beheerst met het wel of juist niet eten van suiker/koolhydraten als gereedschap. Zoals gezegd, mijn twee nieuwe insuline-soorten hebben in korte tijd tot een lifestyle-change geleid. Deze levenswijze van de afgelopen paar maanden heeft me wel een soort van verslaafd gemaakt aan het continu monitoren van mijn bloedsuikerwaarde. Ik weet eerlijk gezegd niet hoe ik deze switch had kunnen maken zonder de FreeStyleLibre. Zo ben ik, door de constante metingen, te weten gekomen dat ik af en toe te weinig Fiasp spoot – een nieuwe pen spoot eerst wat lucht voordat er insuline kwam; dat bepaalde sportactiviteiten ’s nachts en zelfs de dag erna, nog fanatiek op mijn spieren doorwerkten en mijn glucosewaardes richting de 2-3 mmol/l stuurden; en zo zijn er nog meer voorbeelden van het kunnen ingrijpen in je bloedsuiker door het continue monitoren.

In Nederland worden CGM (continuous glucose monitoring) apparaten niet vergoed, dus zit je vast of aan veelvuldige vingerprikken of aan het zelf opdraaien voor de kosten. Zoals gezegd woon ik momenteel in Duitsland en mijn ‘Kranken Kasse’ vergoedt de FreeStyleLibre sensoren.

Tot slot:

In mijn werk, maar eigenlijk ook privé, vind ik het managen van veranderingen een fascinerende bezigheid. Het mensen doen inzien dat de verandering niet een negatief maar een positief effect zal brengen. En ook het daaropvolgende stap-voor-stap proces om de verandering daadwerkelijk te implementeren.

Maar waarom, zo vraag ik mijzelf af, ben ik zo laat pas toegankelijk geworden voor de in deze blog beschreven verandering van mijn insuline-schema? Waarom heb ik het voor die tijd niet gehoord, of niet willen horen?

Deze vraag staat ook centraal in een van mijn volgende blogs, over een plotselinge verandering in mijn lyfestyle ten opzichte van voeding.

 


 

VERDER LEZEN

Toujeo

Dit is een langwerkende insuline, glargine, van Sanofi, die gedurende 24-30 uur langzaam en continue afgegeven wordt in je lichaam en een zogenaamde steady-state verzorgt.

Fiasp

Fiasp van Novo Nordisk, wordt ook wel een maaltijdinsuline genoemd, en kun je vlak voor of tot 20 min na de start van een maaltijd injecteren. Piekactiviteit is ergens tussen 1 en 3 uur na toediening en de insuline is na 3-5 uur uitgewerkt. Fiasp = Fastacting insulin aspart (NovoRapid).

Candesartan: Angiotensine 2 antagonist inhibitor die tot ontspanning en verwijding van bloedvaten leidt; ook stimuleert het natrium (keukenzout) via de urine uit te scheiden. Beide helpen de bloeddruk te verlagen.

In mijn eerste blog heb ik geschreven over mijn persoonlijke herinneringen aan de tijd kort voor en na de diagnose van suikerziekte, en welke veranderingen dat met zich meebracht. In deze tweede blog neem ik je mee naar mijn herinneringen van enkele periodes daarna waarin mijn levenswijze, ‘my lifestyle’, veranderde ten gevolge van het hebben van diabetes.

Conservatieve instelling met gemengde insuline vergt discipline

Zeker naar de huidige maatstaven, werd ik conservatief ingesteld met een gemengde insuline, Novomix 30. Een injectie voor het ontbijt en de tweede voor het avondeten. Drie hoofdmaaltijden en drie tussenmaaltijden. Ik weet niet meer of ik voor mijn diagnose al gedisciplineerd was, maar aan het schema van de twee injecties en het 6 keer per dag eten heb ik me altijd weten te houden, en een injectie of maaltijd heb ik nooit overgeslagen. Dit betekende dat ik vaak eten afsloeg als er bijvoorbeeld wat getrakteerd werd, en ook dat ik vaak iets ging eten als niemand anders dat deed, gewoon omdat het tijd was voor mijn tussenmaaltijd of mijn bloedsuiker aan het dalen was.

Dat een ander schema ook voordelen kan hebben, bijvoorbeeld om dagelijks langwerkende insuline te gebruiken, en om kortwerkende insuline te injecteren als je iets ging eten, heb ik pas veel later ingezien.

Hierover meer in volgende blogs.

De eerste 35 jaar was mijn levensstijl vrij ouderwets, als diabeet dan. De nadruk lag bij mij op het voorkomen van hoge bloedsuikers, geen zoetigheid eten en beperkt koolhydraten. Een lage bloedsuiker, van bijvoorbeeld 3 mmol/l vond ik een beter resultaat dan een relatief hoge van bijvoorbeeld 12. Een lage bloedsuiker gaf me de kans om eindelijk weer iets zoets te eten, zoals een mars of een boterham met stroop.

Thuis was, en is, mijn moeder de koningin van de appeltaart – echt lekker, vooral als ie net uit de oven komt! Voor mij werd tot voor een jaar geleden een hele appeltaart gemaakt, zonder suiker, maar met zoetstof (die in poedervorm is het meest geschikt voor warme gerechten, terwijl de vloeibare eerder voor koude gerechten bedoeld is). Nog steeds roept de rest van de familie als we wat te vieren hebben in het ouderlijk huis, bij het zien van de door mams gebakken appeltaarten, dat het niet eerlijk is dat mijn stuk veel groter is. Ik weet zeker dat ze het niet menen… toch?

Ik heb in de eerste jaren van mijn suikerziekte de aanbeveling meegekregen: bloedsuikerspiegel >3 en <10, maar mijn huidige arts (in Duitsland) noemt elke waarde onder 4 mmol/l al een hypo. Op internet heb ik tevergeefs geprobeerd om iets over de ‘>3 en <10 campagne’ terug te lezen. Niets meer van te vinden. Alhoewel ik niet vaak mijn bloedsuiker prikte, liet ik wel redelijk trouw elke 3-4 maanden mijn HbA1c bepalen in het laboratorium. Deze was bijna altijd rond de 6% (bij mensen zonder diabetes is de waarde 4-6%; bij diabetici wordt gestreefd naar <7%), en vertelde me dat, gemiddeld over de afgelopen twee tot drie maanden, m’n bloedsuikerspiegel binnen de streefwaardes lag. Dat klonk eigenlijk altijd heel goed, maar het is heel goed mogelijk dat de relatief goede waardes veroorzaakt werden door veel/langdurige lage waardes (“Sie unterzuckern” zegt mijn huidige arts). Om dat te achterhalen had ik meer dag curves moeten maken, en bijvoorbeeld om de twee uur een bloedsuiker moeten prikken – zie volgende blog.

Sporten en jojo-en

Ten tijde van mijn diagnose was ik een redelijk fanatiek tennisser; in mijn eerste blog heb je kunnen lezen dat ik ook thuis ben gaan fitnessen, omdat ik zo mager werd.

Toen ik eenmaal insuline ging spuiten, bleef ik tennissen, ging ik meer fitnessen en ‘vlogen’ de kilo’s eraan, van 59 kg richting de 90. Daarnaast besloot ik om ook nog te gaan basketballen en hockeyen, hetgeen het gemiddelde van sportactiviteiten op 4-5 per week bracht. Niet alleen omdat ik het erg leuk vond om te doen, maar ook omdat je veel energie/suiker verbrandt waarmee je je bloedsuiker kunt verlagen.

Dit heeft me meerdere keren in problemen gebracht. Als jongeman kon ik met lage bloedsuikers rond de 3 mmol/l nog goed functioneren; als de lage bloedsuikerspiegel langer aanhield leek ik op de automatische piloot over te gaan, en functioneerde in een soort van droomachtige realiteit. Af en toe heb ik het te bont gemaakt, voor mijn lichaam dan, met alle sportactiviteiten. Zo heb ik, toen ik postdoctoraal student was aan het MD Anderson Cancer Institute in Houston, Texas, bijna elke avond op het campusterrein gebasketbald met medische studenten. Het is een paar keer gebeurd dat ik, nadat ik thuis in bed gestapt was, wakker werd in de ziekenauto. Wat ik tijdens of na het sporten ook aan zoetigheid at en dronk, de spieren bleven kennelijk maar suiker uit het bloed vragen en opnemen waardoor hypoglykemie optrad, wat voor mij betekende dat de bloedspiegelwaardes voor langere tijd onder de 2 mmol/l waren.

Niet echt leuk! Zeker niet voor mijn naasten. Als ik dan, na een glucagon-injectie, bijkwam al dan niet in de ziekenauto, kwam meteen het schuldgevoel naar boven. Dat ik vaker mijn bloedsuiker had moeten testen, dat ik meer had moeten eten, dat ik mijn vrouw en kinderen onnodig heb laten schrikken, ….

Het hebben van suikerziekte heeft mij nooit in de weg gestaan als ik privé of voor het werk op reis ging. In het geval van trans-Atlantische vluchten naar Amerika bleef ik zo lang mogelijk, met mijn twee novomix injecties op het Europese tijdschema en spoot extra insuline voor het Amerikaanse avondeten. Om het aantal eenheden extra te berekenen, deed ik het volgende. Het totaalaantal eenheden insuline deelde ik door 24 uur, hetgeen me het aantal eenheden per uur gaf – bij een tijdverschil van 8 uur (de westkust van Amerika loopt 8 uur achter) spoot ik dan 8 keer dat aantal eenheden bij. Op de terugweg spoot ik dat aantal eenheden dan minder. Heeft eigenlijk altijd zonder al te veel problemen gewerkt.

 

Met de kennis van nu  …..

Als je er een actieve levensstijl op na houdt, je veel reist, en/of veel sport is het handig om een insuline-behandeling te hebben die daarbij past en flexibel is. Alhoewel het me al die jaren gelukt is om met gemengde insuline deze levensstijl te hebben, denk ik achteraf dat het makkelijker zou zijn geweest om eerder over te stappen op een behandelschema met apart een langwerkende en een kortwerkende insuline.

 


 

VERDER LEZEN

Novomix 30

Novomix 30 is een gemengde insuline, en bestaat voor 30% uit een snelwerkende vorm, en voor 70% uit een langwerkende vorm. De insuline wordt na 10-20 minuten actief en de kortwerkende insuline kent een piek tussen 1 en 4 uur, terwijl de langwerkende ongeveer 24 uur actief is (steady state).

Hypoglykemie

Je spreekt van hypoglykemie als de bloedsuikerspiegel onder de 3,8 mmol/l is. De verschijnselen en de mate ervan kunnen per persoon verschillen. Doordat je lichaam probeert de bloedsuikerspiegel te laten stijgen kan je gaan trillen en zweten. Het beste is, als je er nog toe in staat bent, om snelwerkende (enkelvoudige) suikers tot je te nemen, zoals Dextro Energy. Er bestaan glucose/druivensuiker tabletten die je altijd makkelijk bij je kunt dragen – moeilijker in je broekzak, maar wel zo effectief zijn de zgn high-energy sportdrankjes. Als eten of drinken niet meer lukt kan er glucagon geïnjecteerd worden. Glucagon is een hormoon dat via het bloed inwerkt op de lever om glucose aan de bloedbaan af te geven.

 

HbA1c: HbA1c

Rode bloedcellen zorgen voor het transport van zuurstof in je bloed, met behulp van de rode kleurstop hemoglobine (Hb); tijdens hun leven van zo’n 3 maanden ‘neemt’ Hb suiker op: hoe hoger de bloedsuiker des te meer suiker wordt gebonden en des te hoger de waarde van HbA1c.